“ U moet weten, broeders en zusters, dat wat mij is overkomen er juist toe bijdraagt dat het evangelie wordt verspreid.” Filippenzen 1:12
Er waren eigenlijk weinig redenen tot blijdschap. Paulus had vele tegenstanders die er alles voor over hadden om hem het zwijgen op te leggen. Na vele pesterijen en valse getuigenissen waren ze erin geslaagd Paulus in diskrediet te brengen. Nu zat hij in de gevangenis. De kans was groot dat hij deze nooit levend zou verlaten. Vele medegelovigen en vrienden hadden Paulus in de steek gelaten. Anderen maakten van de gevangenschap van Paulus gebruik om zichzelf te profileren. Het was duidelijk, Paulus en de verkondiging van het evangelie hadden betere dagen gekend. Toch schrijft Paulus, wat mij overkomt kan het evangelie niet tegenhouden. Integendeel, juist door mijn ervaring gaan nieuwe deuren open, het evangelie komt nu op plaatsen waar het anders nooit zou zijn gekomen. Iedereen weet dat ik gevangen zit omwille van Christus. Zelfs in het Romeinse hoofdkwartier hebben ze nu het evangelie gehoord. Meer nog, gaat hij verder, door mijn getuigenis krijgen vele gelovigen nieuwe moed en gaan ook zij vrijuit spreken over Christus. Er zijn er die het eigenlijk doen uit afgunst om mij het leven moeilijk te maken maar wat doet het ertoe, het evangelie wordt verspreid! Dat is waar Paulus zijn kracht haalt. Zijn eigen omstandigheden zijn ondergeschikt aan de voortgang van het evangelie.
“ Omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik dat ik inderdaad voor u behouden zal blijven, zodat uw geloof groter en vreugdevoller wordt.” Filippenzen 1:25
Niet alleen is het Paulus zijn verlangen dat het evangelie wordt verspreid maar hij wil ook dat de gelovigen groeien in hun relatie met Christus. Ook hier blijkt zijn bewogenheid voor de gemeente uit de manier waarop hij omgaat met zijn eigen omstandigheden. Paulus overweegt in zijn brief twee mogelijkheden die hem kunnen bevrijden uit zijn benarde situatie. De eerste mogelijkheid is dat hij sterft en bij Christus zal zijn. Hiervan zegt hij zelf dat is verreweg het beste. De tweede mogelijkheid is dat God hem teruggeeft aan de gelovigen. Daarvan schrijft hij, dat is nodiger omwille van de gelovigen. Hoe dan ook hij wint altijd want, zijn eigen omstandigheden zijn ondergeschikt aan de voortgang of groei van de gelovigen.
“ Het is mijn stellige hoop en verwachting dat ik mij nergens voor zal hoeven te schamen, maar dat Christus bij alles wat mij overkomt in alle openheid geëerd zal worden, of ik nu in leven blijf of moet sterven.” Filippenzen 1:20
Zijn laatste bekommernis is tevens de basis voor al de rest. Zijn eigen omstandigheden zijn ondergeschikt aan zijn verlangen om Christus te dienen en te gehoorzamen. Zodat door alles heen, het evangelie wordt verspreid, gelovigen gaan groeien in hun geloof en Christus wordt geëerd in zijn leven.
Wilfried Goossens
Continue Reading "Als het maar vooruitgaat"
Nederlands
English
Français
Deutsch 


